woensdag 26 augustus 2015

Onderzoek roosterproces uit de oude doos?

Toen ik mijn eerste 2 blogs schreef over roosteren, het roosterproces en het onderwijslogistiekmodel, herinnerde ik mij dat 2 studenten van Inholland als afstudeeropdracht een onderzoek hebben gedaan naar het roosterproces. Ze spraken en enquêteerden vertegenwoordigers van de vier belangrijkste stakeholders in dit proces:
·         roostermakers;
·         opleidingsmanagers;
·         docenten;
·         studenten.
Dit onderzoek leverde mooie resultaten op, waarmee ik destijds als projectleider proceskwaliteit mijn voordeel deed. Hieraan terugdenkend heb ik het onderzoek opgezocht om nog eens mijn huidige ervaringen te toetsen aan de harde kwantitatieve gegevens van toen.

Tussenuren 
Er zaten enkele verrassingen in delen van dat onderzoek. Zo nam ik aan, evenals velen van mijn collega’s, dat studenten tussenuren vervelend vinden. Dit beeld werd bevestigd. Ruim de helft van de studenten vond tussenuren vervelend tot zeer vervelend. Slecht 10% ervoer tussenuren als prettig tot zeer prettig. Roostermakers streefden dan ook altijd naar zo min mogelijk tussenuren.
In het onderzoek werd hier verder op doorgevraagd. Hierbij bleek dat een aaneengesloten rooster ook niet altijd werd gewaardeerd. Een grote groep, 32%, heeft na 3 aaneengesloten lesuren behoefte aan een tussenuur. Slechts 24% had geen enkele behoefte aan tussenuren.

Na hoeveel lesuren (45 minuten) heb jij behoefte aan een tussenuur?
Na 1 lesuur
1,6%
Na 2 lesuren
23,7%
Na 3 lesuren
31,7%
Na 4 lesuren
16,6%
Na 5 lesuren
1,7%
Na 6 lesuren
0,6%
Na meer dan 6 lesuren
0,4%
Ik heb helemaal een behoefte aan tussenuren
23,8%

De veronderstelling dat studenten tussenuren vervelend vinden werd met deze vraag behoorlijk genuanceerd. 

Studenten
De 2.834 student-respondenten in dit onderzoek werden op allerlei aspecten rondom het rooster bevraagd. De studenttevredenheid van het rooster werd door 6 aspecten beïnvloed, waarvan het aantal tussenuren de minst belangrijke bleek te zijn.
Met stip de belangrijkste factor die de studenttevredenheid beïnvloedde was het tijdstip waarop het rooster gepubliceerd werd.  Direct daarna komen tevredenheid rondom het tijdstip van publicatie van het tentamenrooster en het aantal ervaren fouten en wijzigingen in het rooster. De wijze van publicatie van het rooster, het aantal lesuren op een dag en het aantal tussenuren speelden een veel kleinere rol.

Docenten
Aan dit onderzoek deden ook 334 docenten mee. Er zijn opvallende overeenkomsten met studenten. Met stip op 1 is het tijdig publiceren van het rooster de belangrijkste factor in de docenttevredenheid over het rooster. Daarna zijn dit het aantal wijzigingen en fouten in het rooster en op de derde plaats het aantal tussenuren.

Opleidingsmanagers
25 Opleidingsmanagers zijn ondervraagd in dit onderzoek. Bijna allemaal geven zij aan dat er nog veel wijzigingen zijn na het doorgeven van de roostergegevens aan het roosterbureau. Het betreft dan vooral wijzigingen in de beschikbaarheid van de docent, formatiegegevens en studentenaantallen. Slechts een enkeling geeft aan dat het wijzigingen in het curriculum betreft. Over dit laatste punt valt nog veel te zeggen, want dit kwam beslist niet overeen met de beleving van de roostermakers en later onderzoek naar het type wijzigingen in het rooster.

Roostermakers
Van de roostermakers zijn er 16 bevraagd. Ik verwachtte dat zij wel opmerkingen zouden hebben over de roosterapplicatie. Op een enkele wens na, was men hier echter tevreden over. Kernpunt van hun opmerkingen was de te late en incomplete aanlevering van gegevens door de opleidingen. Gegevens die ook nog eens op talloze verschillende manieren werden aangeleverd. Roostermakers voelden zich in deze setting ook slecht begeleid. 

Afstudeeropdracht
Mede door dit meer dan professionele onderzoek van 2 afstudeerders zijn een aantal verbetertrajecten gericht in gang gezet. De roosterorganisatie is geherstructureerd en kreeg meer aandacht. Scholing en begeleiding van roostermakers is verbeterd. Een project inzetplanning werd gestart, waardoor de aanlevering van roostergegevens vanuit de opleidingen uniform en transparant werd.
De volgende bottleneck in het rooster- en planningsproces kwam nu veel sterker naar voren: het vaak niet tijdig opgeleverde en voldoende specifiek gemaakte curriculum. Hier was nu veel werk aan de winkel. Om in de termen van het onderwijslogistiekmodel te praten: blauw was nu in orde, maar in het rode gedeelte, in de onderwijsteams, was nog het nodige werk te verzetten.

Onderwijslogistiekmodel - roostering en inzetplanning

Oude doos
En die oude doos in de titel? Het is een onderzoek uit 2009, maar wat ik in mijn gesprekken met vertegenwoordigers van allerlei instellingen hoor, nog steeds zeer relevant. En ja, ook een echte oude doos. Door een interne verhuizing is het deze week letterlijk uit een oude verhuisdoos gevist.

Onderwijslogistiekmodel
Wil je meer weten over het onderwijslogistiekmodel van de SIG Onderwijslogistiek, lees dan ook mijn vorige blogs.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten